Eerste Hulp bij Feministes

RoSa. Documentatiecentrum en Archief voor Gelijke Kansen, Feminisme en Vrouwenstudies.

hoek1.gif (356 bytes)

hoek2.gif (362 bytes)

Alle vrouwen zijn lesbies, behalve zij die het nog niet weten
 

Een kleine dertig jaar na de hoogdagen van de tweede feministische golf blijkt dat vrouwen zich niet massaal bekeerd hebben tot de lesbische levensstijl. Integendeel, het aandeel holebi’s in de bevolking blijkt – voor zover er cijfers over bestaan - een vrij constant gegeven. Wel leven lesbische vrouwen nu openlijker dan dertig jaar geleden. Ze kunnen huwen en eisen het recht op adoptie op. Door die openheid zijn ze meer zichtbaar. De idee dat vrouwen die zich ten volle emanciperen, spontaan lesbisch zouden ‘worden’, klinkt anno 2004 wel heel wereldvreemd.

Niet alle lesbiennes zijn feministen. Niet alle feministen zijn lesbisch. Het lijkt eenvoudig, toch is het allemaal ooit minder eenduidig geweest. Waar komt de koppeling lesbisch en feministisch vandaan?

De jaren 1970
Van in het begin van de tweede feministische golf zijn er heel wat lesbiennes actief geweest in de vrouwenbeweging. Op zich was dat niet toevallig. Lesbische vrouwen werden (en worden) immers vaak als vrouw gediscrimineerd. Zolang ze zich niet openlijk lesbisch opstelden, waren obstakels immers grotendeels dezelfde als die voor heterovrouwen. 

Stereotiepe sekserollen, zoals de verwachting dat vrouwen niets liever doen dan mannen behagen, wogen voor een aantal onder hen wellicht zelfs zwaarder. Andere problemen, zoals het tekort aan kinderopvang en het recht op abortus, waren voor heel wat lesbiennes in feite een ver-van-mijn-bed-show. Niettemin werd er mee betoogd en luidkeels geprotesteerd, vanuit een fundamentele solidariteit onder vrouwen, vond men. Misschien had Paul Van Ostayen ook wel gelijk toen hij stelde dat elitetroepen best worden samengesteld uit homoseksuelen, aangezien er niemand zo vol overgave ten strijde zou trekken voor het heil van de seksegenoten. Hoe het ook zij, de kans dat een strijdbare feministe uit de jaren zeventig ook al dan niet openlijk lesbisch was, was reëel.

Het seksisme binnen de mannelijke homobeweging werkte die aanwezigheid van lesbiennes verder in de hand. Dat maakte het voor hen immers minder aantrekkelijk om zich in die richting te engageren. Bovendien konden ze makkelijker radicale standpunten innemen dan hun heterozusters, omdat ze zonder een mannelijke partner en zonder de behoefte daaraan niet geconfronteerd werden met de dagelijkse compromissen. Gezien het toen nog veel sterkere taboe op homoseksualiteit kon de vrouwenbeweging ten slotte fungeren als een kader waarbinnen de eigen lesbische verlangens betekenis en legitimiteit kregen. Tot dan toe was homoseksualiteit een perversie geweest, een ziekte, een psychische stoornis. Feminisme bood de mogelijkheid om een positieve betekenis te geven aan de liefde voor vrouwen. Psychologisch gezien was dat een aantrekkelijk alternatief. In die zin is het misschien ook niet verwonderlijk dat een aantal enthousiaste lesbiennes hun zusters uitnodigden tot het ‘goede’ en ‘ware’ leven, het enige wat voor hen bevredigend was en – volgens hen - zoveel minder problemen in het dagelijkse leven opleverde.

Het min of meer openlijk lesbisch worden van delen van de vrouwenbeweging werd echter door de tegenbeweging aangegrepen in haar kritiek. Er vielen aantijgingen in de trant van: ‘Alle feministen zijn lesbiennes en mannenhaatsters.’ Op die manier koppelde men antifeminisme aan homofobie. Sommige heterofeministen gingen zich als gevolg daarvan nadrukkelijk distantiëren van lesbianisme, waardoor lesbische feministen zich dan weer aangevallen voelden. Op verschillende vrouwendagen voerden lesbiennes bijvoorbeeld actie voor meer erkenning van hun inzet binnen de vrouwenbeweging.

Vandaag
Ondanks de enorme diversiteit in concrete levensstijlen gaan de meeste mensen er vandaag vanuit dat homoseksualiteit ook te maken heeft met ‘aanleg’. Lesbiennes zien zichzelf als een minderheid die haar rechten opeist en dat gebeurt niet meer noodzakelijk binnen de vrouwenbeweging. Eisen zijn vaker eigen aan holebi’s dan aan vrouwen in het algemeen. De jongere generatie lesbiennes is ook minder verknocht aan het feminisme. De Nederlandse Marjan Sax, oprichtster van Mama Cash, betreurde in een toespraak eind vorig jaar ‘de vertrutting van lesboland’. Gezelschapsspelletjes en dansavonden zouden de politieke strijd nagenoeg volledig vervangen hebben. Burgerlijke ‘hetero’-idealen als trouwen en kinderen zouden het gehaald hebben op de zoektocht naar alternatieve leefstijlen.

Omgekeerd zijn er bij de jongere feministen nog altijd heel wat lesbo’s en hoewel de vrouwenbeweging niet volledig vrij is van homofobie, staat het verschil niet meer erg centraal.

De feministe vandaag
Mieke Stessens: Voor mij is er wel een samenhang tussen lesbisch zijn en een grote interesse hebben in feministische ideeën. Ik zou feminisme definiëren als een methode om structuren binnen de maatschappij en de wereld in een ander perspectief te plaatsen dan datgene dat ons algemeen wordt voorgehouden. Hoewel lesbisch zijn een seksuele identiteit is, gaat openlijk leven als lesbienne verder dan het zuiver persoonlijke. Dat geldt eveneens voor het vrouw-zijn. Je geslacht of gender beïnvloedt de manier waarop de maatschappij naar je kijkt. Het beïnvloedt je kansen en rechten, de mate waarin je ernstig genomen wordt, de wijze waarop de media je in beeld brengen. De eisen van de vrouwenbeweging gaan alle lesbiennes aan, en omgekeerd. Daarom vind ik samenwerking en solidariteit belangrijk. Het zijn immers vastzittende normen – heteroseksueel en mannelijk – die ervoor zorgen dat al dan niet lesbische vrouwen meer inspanningen moeten leveren om in deze samenleving hetzelfde aanzien te krijgen.

Mieke Stessens is actief in LinC, de organisator van de Lesbiennedag. Zij is ook de woordvoerster en politiek medewerker van de Holebifederatie. Zij spreekt hier in eigen naam.


  De generatiekloof

hoek4.gif (362 bytes)

hoek3.gif (361 bytes)