 |
Een kleine dertig jaar na
de hoogdagen van de tweede feministische golf blijkt dat vrouwen zich niet massaal bekeerd
hebben tot de lesbische levensstijl. Integendeel, het aandeel holebis in de
bevolking blijkt voor zover er cijfers over bestaan - een vrij constant gegeven.
Wel leven lesbische vrouwen nu openlijker dan dertig jaar geleden. Ze kunnen huwen en
eisen het recht op adoptie op. Door die openheid zijn ze meer zichtbaar. De idee dat
vrouwen die zich ten volle emanciperen, spontaan lesbisch zouden worden,
klinkt anno 2004 wel heel wereldvreemd.
Niet alle lesbiennes zijn
feministen. Niet alle feministen zijn lesbisch. Het lijkt eenvoudig, toch is het allemaal
ooit minder eenduidig geweest. Waar komt de koppeling lesbisch en feministisch vandaan?
De jaren
1970
Van in het begin van de tweede
feministische golf zijn er heel wat lesbiennes actief geweest in de vrouwenbeweging. Op
zich was dat niet toevallig. Lesbische vrouwen werden (en worden) immers vaak als vrouw
gediscrimineerd. Zolang ze zich niet openlijk lesbisch opstelden, waren obstakels immers
grotendeels dezelfde als die voor heterovrouwen.
|
Stereotiepe sekserollen, zoals de
verwachting dat vrouwen niets liever doen dan mannen behagen, wogen voor een aantal onder
hen wellicht zelfs zwaarder. Andere problemen, zoals het tekort aan kinderopvang en het
recht op abortus, waren voor heel wat lesbiennes in feite een ver-van-mijn-bed-show.
Niettemin werd er mee betoogd en luidkeels geprotesteerd, vanuit een fundamentele
solidariteit onder vrouwen, vond men. Misschien had Paul Van Ostayen ook wel gelijk toen
hij stelde dat elitetroepen best worden samengesteld uit homoseksuelen, aangezien er
niemand zo vol overgave ten strijde zou trekken voor het heil van de seksegenoten. Hoe het
ook zij, de kans dat een strijdbare feministe uit de jaren zeventig ook al dan niet
openlijk lesbisch was, was reëel.
Het seksisme binnen de mannelijke
homobeweging werkte die aanwezigheid van lesbiennes verder in de hand. Dat maakte het voor
hen immers minder aantrekkelijk om zich in die richting te engageren. Bovendien konden ze
makkelijker radicale standpunten innemen dan hun heterozusters, omdat ze zonder een
mannelijke partner en zonder de behoefte daaraan niet geconfronteerd werden met de
dagelijkse compromissen. Gezien het toen nog veel sterkere taboe op homoseksualiteit kon
de vrouwenbeweging ten slotte fungeren als een kader waarbinnen de eigen lesbische
verlangens betekenis en legitimiteit kregen. Tot dan toe was homoseksualiteit een
perversie geweest, een ziekte, een psychische stoornis. Feminisme bood de mogelijkheid om
een positieve betekenis te geven aan de liefde voor vrouwen. Psychologisch gezien was dat
een aantrekkelijk alternatief. In die zin is het misschien ook niet verwonderlijk dat een
aantal enthousiaste lesbiennes hun zusters uitnodigden tot het goede en
ware leven, het enige wat voor hen bevredigend was en volgens hen -
zoveel minder problemen in het dagelijkse leven opleverde.
Het min of meer openlijk lesbisch
worden van delen van de vrouwenbeweging werd echter door de tegenbeweging aangegrepen in
haar kritiek. Er vielen aantijgingen in de trant van: Alle feministen zijn
lesbiennes en mannenhaatsters. Op die manier koppelde men antifeminisme aan
homofobie. Sommige heterofeministen gingen zich als gevolg daarvan nadrukkelijk
distantiëren van lesbianisme, waardoor lesbische feministen zich dan weer aangevallen
voelden. Op verschillende vrouwendagen voerden lesbiennes bijvoorbeeld actie voor meer
erkenning van hun inzet binnen de vrouwenbeweging.
Vandaag
Ondanks de enorme diversiteit in
concrete levensstijlen gaan de meeste mensen er vandaag vanuit dat homoseksualiteit ook te
maken heeft met aanleg. Lesbiennes zien zichzelf als een minderheid die haar
rechten opeist en dat gebeurt niet meer noodzakelijk binnen de vrouwenbeweging. Eisen zijn
vaker eigen aan holebis dan aan vrouwen in het algemeen. De jongere generatie
lesbiennes is ook minder verknocht aan het feminisme. De Nederlandse Marjan Sax,
oprichtster van Mama Cash, betreurde in een toespraak eind vorig jaar de vertrutting
van lesboland. Gezelschapsspelletjes en dansavonden zouden de politieke strijd
nagenoeg volledig vervangen hebben. Burgerlijke hetero-idealen als trouwen en
kinderen zouden het gehaald hebben op de zoektocht naar alternatieve leefstijlen.
Omgekeerd zijn er bij de jongere
feministen nog altijd heel wat lesbos en hoewel de vrouwenbeweging niet volledig
vrij is van homofobie, staat het verschil niet meer erg centraal.
De feministe vandaag
Mieke Stessens: Voor mij is er wel
een samenhang tussen lesbisch zijn en een grote interesse hebben in feministische ideeën.
Ik zou feminisme definiëren als een methode om structuren binnen de maatschappij en de
wereld in een ander perspectief te plaatsen dan datgene dat ons algemeen wordt
voorgehouden. Hoewel lesbisch zijn een seksuele identiteit is, gaat openlijk leven als
lesbienne verder dan het zuiver persoonlijke. Dat geldt eveneens voor het vrouw-zijn. Je
geslacht of gender beïnvloedt de manier waarop de maatschappij naar je kijkt. Het
beïnvloedt je kansen en rechten, de mate waarin je ernstig genomen wordt, de wijze waarop
de media je in beeld brengen. De eisen van de vrouwenbeweging gaan alle lesbiennes aan, en
omgekeerd. Daarom vind ik samenwerking en solidariteit belangrijk. Het zijn immers
vastzittende normen heteroseksueel en mannelijk die ervoor zorgen dat al dan
niet lesbische vrouwen meer inspanningen moeten leveren om in deze samenleving hetzelfde
aanzien te krijgen.
Mieke Stessens is actief in LinC, de organisator van de
Lesbiennedag. Zij is ook de woordvoerster en politiek medewerker van de Holebifederatie. Zij spreekt hier in eigen naam.
De
generatiekloof
|