|
Jeugd
Na de oorlog
Magistraat
Politicus
Weg uit de politiek
Erkenning
Aanraders
Meer
Jeugd
Simone Annie Liline Jacob is geboren in Nice op 13 juli
1927 als jongste van vier. Haar ouders zijn cultuurminnende, niet-confessionele Joden. Haar kinderjaren zijn gelukkig in het warme, harmonieuze gezin. Maar het geluk blijft niet duren. Op 7 april 1944 wordt de 17-jarige Simone op straat opgepakt door de SS en
gedeporteerd naar Drancy, een Frans verzamelpunt voor jodendeportatie. Op 13 april vertrekt het
konvooi richting vernietigingskamp. Ze komen aan in Auschwitz-Birkenau in de
vooravond van 15 april 1944. Het nummer 78651 wordt op Simone's linkerarm
getatoeëerd. Ze slaagt erin te overleven. Na nieuwjaar 1945 beginnen de dodentochten: onder druk van de
Russische opmars jagen de nazi's de gevangenen voor zich uit. De meesten komen om van uitputting. Op 18 januari 1945 vertrekt Simone Jacob met de dodenmars vanuit Auschwitz. Dankzij een beetje hulp van een Poolse bewaakster
overleeft ze de tocht. Haar beide ouders en broer komen om in de oorlog, haar
twee zussen overleven.
Na de oorlog
Op 23 mei 1945 keert Simone terug naar
Frankrijk, na een verblijf bij Zwitserse protestanten. Zij en haar zussen worden opgevangen door een tante in Parijs. Overal stuit
ze op kwetsend onbegrip. Er komt weinig steun vanuit de Joodse gemeenschap voor
de teruggekeerden, die een eenzaam, berooid en sociaal geïsoleerd bestaan leiden. Om
haar leven terug op de sporen te krijgen, begint Simone Jacob intensief te studeren, mee
gedreven door de honger naar kennis en vooral door de schrik om economisch afhankelijk te
zijn zoals haar moeder. Ze schrijft zich in aan de rechtenfaculteit en aan het
pas opgerichte Institut d’Etudes politiques in Parijs. Voor
haar rechtenstudie blokt ze de syllabussen zonder les te volgen. Ze volgt graag
de gastcolleges van verzetsstrijder Michel de Boissieu.
In het naoorlogse Frankrijk gaapt er een pijnlijke kloof
tussen de “Fransen van het verzet” en de “Fransen van de collaboratie”, daarom
gaan veel mensen de polemiek uit de weg. Op de universiteit houdt Simone Jacob
zich afzijdig van haar medestudenten met hun politieke discussies en hun drinkpartijen,
uit angst ook voor kwetsende opmerkingen over het kampleven. Als student
weigert ze lid te worden van de pro-communistische Auschwitz-vriendenkring. Hun
stalinistisch radicalisme steekt haar tegen. Dit is meteen haar eerste
politieke stellingname.
Ze trouwt in het najaar van 1946 met een medestudent, Antoine Veil, en neemt
de naam aan van haar echtgenoot. Er komen drie kinderen tussen 1947 en 1954.
In 1954 studeert Simone Veil af in de rechten en de politieke
wetenschappen. In 1956 slaagt ze voor het
examen aan de balie. Veil is dan 29 jaar oud en moeder van drie zoontjes. Antoine wil dat ze huismoedert, maar dat weigert ze kordaat. Ondertussen
bouwen de Veils aan een uitgebreid sociaal netwerk in de hoogste kringen van
het land.
Magistraat
Hoewel de advocatuur haar voorkeur krijgt, gaat Simone voor
een carrière als magistraat, een toegeving aan haar man. Vanaf 1957 werkt ze op het ministerie van Justitie
in het Directoraat Gevangeniswezen. Ze zal er zeven jaar vechten voor een
humanitaire strafuitvoering. De verdraagzaamheid van het gerecht tegenover
seksuele misdrijven schokt haar. In 1958, in volle Algerijnse oorlog, vertrekt
Simone Veil naar Algerije om info te verzamelen over folteringen en
machtsmisbruik van de oproerpolitie in de Algerijnse gevangenissen. Frankrijk staat
aan de rand van een burgeroorlog. De rechtse nationalist generaal de Gaulle
grijpt de macht en uit de diepe crisis ontstaat Frankrijks Vijfde
Republiek.
Vanaf 1964 krijgt Simone Veil het wat rustiger. Ze werkt dan
als juridisch ambtenaar aan de hervorming van het burgerlijk wetboek, met als doel het recht meer af te stemmen op de maatschappelijke realiteit.
De oproer van mei '68 bekijkt ze aanvankelijk als een geboeid toeschouwer, maar gaandeweg haakt ze af op de gewelddadigheid. Wanneer in 1969 generaal De Gaulle bij referendum wordt
weggestemd uit het Elisée en Georges Pompidou tot president wordt verkozen,
komt Simone’s carrière in een stroomversnelling. Ze krijgt een aanstelling als
adviseur van de minister van Justitie. Het is er keihard werken. President Pompidou laat haar benoemen in de raad van bestuur van de Franse
openbare omroep. De
presidentsvrouw stelt Simone aan als secretaris-generaal van haar stichting voor
gehandicapten en bejaarden. In 1970 krijgt Simone Veil een prestigieuze baan
als secretaris van de Hoge Raad van de Magistratuur, die adviseert over
gratie bij doodvonnissen. Die job laat haar voldoende tijd om Frankrijk te
vertegenwoordigen in de commissie Burgerrechten van de Raad van Europa.
Politica
1974-1979: minister van
volksgezondheid - de abortuswet
Eind maart 1974, op reis in Nepal, verneemt Simone Veil dat ze minister van
Volksgezondheid wordt. In die functie wordt ze geconfronteerd met het drama van
de clandestiene abortussen in Frankrijk.
Meteen gaat ze van start met wetgevend werk. Op 4 december
1974 wordt de wet gestemd die vrouwen makkelijker toegang verschaft tot de pil
en het recht geeft op vrije informatie over voorbehoedsmiddelen.
Tegelijk werkt ze samen met haar juridisch adviseurs Myriam
Ezraty en Colette Même aan een wetsontwerp voor de legalisering van abortus. Ze
krijgt de steun van president Giscard d'Estaing en premier Chirac. Na drie dagen van
debatten in de Nationale Vergadering wordt de wet in de nacht van 29 november
1974 aangenomen met 484 stemmen tegen 189. Veertien dagen later stemt de Senaat
met hetzelfde resultaat.
"J'interviens aujourd'hui à cette tribune, ministre de la santé, femme et non-parlementaire, pour proposer aux élus de la nation une profonde modification de la législation sur l'avortement (...). Si des médecins, si des personnels sociaux, si même un certain nombre de citoyens participent à ces actions illégales, c'est bien qu'ils s'y sentent contraints ; en opposition parfois avec leurs convictions personnelles, ils se trouvent confrontés à des situations de fait qu'ils ne peuvent méconnaître. Parce qu'en face d'une femme décidée à interrompre sa grossesse, ils savent qu'en refusant leur conseil et leur soutien, ils la rejettent dans la solitude et l'angoisse d'un acte perpétré dans les pires conditions, qui risque de la laisser mutilée à jamais (...). C'est à ce désordre qu'il faut mettre fin. C'est cette injustice qu'il convient de faire cesser."
Simone Veil, Assemblée nationale, 26 november 1974.
Op 17 januari 1975 is de abortuswet in Frankrijk een
feit. Die wet maakt dat iedereen haar nu kent in binnen- en buitenland. Naarmate haar populariteit stijgt, nemen de virulente aanvallen
van rechts evenredig toe. De pers reageert over het algemeen positief op de wet.
Vanaf 1976 pakt Veil de hervorming van de sociale zekerheid
aan. Ze stoot op felle tegenstand van het medische establishment. Ondanks de steun
van de president heeft ze het gevoel dat ze er alleen voor staat.
1979-1982: EP-voorzitter
De sfeer slaat om in de regering-Barre. Simone Veil, een
gematigd centralist, grijpt de kans aan om uit te wijken naar Europa. Voor de Europese
parlementsverkiezingen van juni 1979 komt ze op
als lijsttrekker voor de pro-Europese centrumpartij UDF. De UDF wint en Euro-parlementslid Simone Veil wordt als eerste vrouw verkozen tot voorzitter van het Europees
Parlement. Als gedeporteerde joodse is ze een belangrijk symbool voor de nieuwe
Frans-Duitse verhoudingen in een verenigd Europa.
Na haar termijn van 30 maanden wordt ze niet herkozen als voorzitter. Ze
blijft actief in het Europese juridische comité dat overeenkomsten afsluit met
niet-EU-landen en reist heel Europa door. In 1984 en 1989 wordt Veil opnieuw
verkozen als Europarlementslid.
1993 : Frans minister van Staat
In het Europese comité mensenrechten concentreert Simone
Veil zich op de aids-epidemie in Afrika. In 1993 staat ze klaar om te
vertrekken naar een colloquium over aids in Namibië, wanneer premier Balladour haar vraagt haar Europese mandaten te laten voor wat ze zijn en
terug te keren naar de Franse regering. De
inmiddels 66-jarige Simone Veil wordt opnieuw minister van Volksgezondheid, aangevuld met de bevoegdheden
Sociale Zaken, Huisvesting en Grootstedenbeleid. Ze krijgt de rang van minister van
Staat. Wanneer ze in 1994 Frankrijk vertegenwoordigt op een VN-vergadering over
de drugsproblematiek pleit ze voor opvoeding en preventie in plaats van
repressie, maar ze ondervindt zware tegenwerking van de gaullistische Pasqua, haar voorganger op
Grootstedenbeleid.
Weg uit de politiek
De politiek intrigeert haar, politieke intriges niet. Simone
Veil trekt de partijdeur achter zich dicht en op 3 maart 1998 legt ze de eed af als lid van de
Constitutionele Raad, voor een termijn van 9 jaar. In die functie keurt ze mee het ontwerp voor een Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa goed. Als overtuigd EU-burger neemt Veil een aantal maanden onbetaald
verlof om de bevolking van Frankrijk te overtuigen ja te stemmen in het referendum van 2005 over de Europese Grondwet. Daarmee overtreedt ze haar discretieplicht als lid van de Constitutionele Raad. Haar
ontgoocheling is groot over het Franse neen tegen het ontwerp.
Dat de Constitutionele Raad zich buigt over de strijd tegen
discriminatie, zoals de achterstelling van vrouwen in de besluitvorming en op
de arbeidsmarkt, geeft haar dan weer veel voldoening. Kansen voor vrouwen
berusten nog teveel op het toeval en komen te weinig voort uit de wet of de
spelregels. Veil is voorstander van positieve discriminatie. Hoe ouder ze
wordt, hoe meer ze zich gaat inzetten voor gelijke rechten van vrouwen.
Vanaf 2000 combineert ze haar mandaat bij de Constitutionele Raad met het voorzitterschap van de
joodse Stichting voor de Herdenking van de Shoah. Ook in die functie etaleert Simone Veil ferme
standpunten. Herhaaldelijk weigert ze filmprojecten over de holocaust te financieren die
niet precies stroken met de werkelijkheid. Ze wijst vaak op de lotsverbondenheid van gedeporteerde joden en zigeuners.
Simone Veil stopt met beide opdrachten in 2007, het
jaar dat ze tachtig wordt. Maar ze kan het niet laten zich politiek te engageren. Haar
discretieplicht is vervallen nu ze niet langer deel uitmaakt van de
Constitutionele Raad. Wanneer Nicolas Sarkozy in 2007 naar het presidentschap dingt,
steunt ze tot ieders verrassing zijn campagne, hoewel ze het totaal oneens is met zijn
migrantenstandpunt.
Erkenning
Simone Veil is op alle mogelijke manieren gelauwerd en geëerd. Ze is
doctor honoris causa aan diverse universiteiten in Europa, de V.S. en het
Midden-Oosten, ze ontving tal van prijzen, decoraties en eretitels. Op 20
november 2008 verkoos de Académie
Française haar tot een van de "onsterfelijken", de opperste erkenning van haar levenswerk. Op 18 maart 2010 mocht ze er plaats gaan nemen in de zetel van Racine.
Aanraders uit de RoSa bibliotheek
 
Meer
Simone Veil : une femme de combats (Larousse)
De Simone Veil - archieven onder beheer van het Europees Parlement
Simone Veil (Wikipedia français)
De wet-Veil : Loi n° 75-17 du 17 janvier 1975 relative à l'interruption
volontaire de la grossesse (Publiée au Journal officiel du 18 janvier 1975)
Nooit meer Auschwitz, voordracht van Simone Veil in Nederland op 26-1-2006.
Europese verkiezingen (RoSa kwesties - Actueel in het nieuws)
Vrouwen in Parijs, Feministische tijdlijn, 1974-1975
RoSa bibliotheekcatalogus, trefwoord Veil Simone
In de pers:
|