Biografie
Virginia Woolf (1882-1941) was een van de belangrijkste Britse
schrijvers van de twintigste eeuw. Naast auteur van experimentele
romans en essayist was ze ook
uitgever, literatuurcriticus en feminist. Virginia Woolf was een
origineel en vernieuwend literair talent, een van de grote
voortrekkers van het modernisme.
Tegelijk was ze ook sterk beïnvloed door haar Victoriaanse familiale achtergrond, die haar
politieke en maatschappelijke visie bepaalde. Drie grote thema’s komen voor in het werk
van Virginia Woolf:
genderverhoudingen, sociale klasse en de gevolgen van oorlog.
Woolf
behoorde tot de Bloomsbury Groep en richtte samen met haar man Leonard Woolf de uitgeverij Hogarth Press op. Ze vocht heel haar leven tegen manisch-depressieve psychose.
Jeugdjaren in Hyde Park Gate
Adeline Virginia Stephen is op 25 januari 1882 geboren in Hyde Park
Gate, Kensington, in een groot
gezin dat behoorde tot de Londense intellectuele middenklasse. Haar ouders Julia
Jackson en Leslie Stephen kregen samen vier kinderen: Vanessa, Thoby,
Virginia en Adrian. Bij hun trouwen hadden ze allebei al
kinderen uit een eerste huwelijk. Naar Victoriaanse traditie mochten de
meisjes niet naar school maar kregen ze les van hun ouders en van
privé-leraars. Virginia volgde onder andere Latijn en Grieks bij Janet
Case, die later model
stond voor Miss Lucy Craddock in The Years (1937). Haar broers
Thoby en Adrian studeerden aan de universiteit van Cambridge. Virginia
zou later haar beklag doen over haar gebrek aan formele scholing en de
ongelijke onderwijskansen van vrouwen. Gelukkig bezat hun vader, een bekend literair
criticus, een uitgebreide bibliotheek. Daaruit putte Virginia haar grote
belezenheid.
De kinderen Stephen werden aangemoedigd om te schrijven in hun huiskrantje, Hyde Park Gate News.
Tussen haar 9de en 13de schreef Virginia het blad bijna alleen vol
met gedichtjes, sketches, vervolgverhalen en pseudo-journalistieke
verslagen over
het reilen en zeilen in het gezin.
Vanaf Virginia's geboorte bracht de
familie de zomers door in Talland House in St. Ives, Cornwall aan de rotskusten van de Atlantische oceaan. Die locatie beschrijft ze in To The Lighthouse (1927). Aan die traditie kwam een eind bij haar moeders dood in 1895.
Psychisch lijden
Virginia was een actieve, doortastende vrouw die periodiek af te
rekenen had met aanvallen van manisch-depressieve psychose. Elke opstoot bleek getriggerd
door een stresserende gebeurtenis in haar leven: een overlijden, haar huwelijk, de publicatie van een
nieuwe roman, de oorlog. Ze contacteerde in totaal twaalf artsen. Daardoor
was ze op de hoogte van de evolutie in het medische jargon en de aanpak van psychische ziekten. Die kennis en haar eigen ziekte-ervaringen gebruikte ze voor haar
roman Mrs. Dalloway (1925), die ze beschouwde als "een onderzoek naar waanzin en zelfmoord; de wereld gezien door gezonde en gestoorde mensen naast elkaar".
Virginia Stephen is pas 13 wanneer haar moeder op haar 49ste sterft aan
reumatische koorts. Bovenop die tragedie permitteert haar halfbroer
Gerald Duckworth zich seksueel getinte vrijpostigheden met Virginia. Ze
zinkt weg in een
diepe depressie. Dit is een eerste manifestatie van wat ze haar
"waanzin" (madness) noemt, het begin van een psychische lijdensweg die
zal eindigen met haar zelfdoding op 28 maart 1941. Terwijl hun vader
zich
wentelt in luidruchtig verdriet om de dood van zijn vrouw, ontfermt
halfzus Stella Duckworth zich over Virginia. Twee jaar later sterft ook
Stella.
Opnieuw is Virginia alle houvast kwijt. Vanessa Stephen neemt de rol
van
surrogaatmoeder over. De zussen zullen levenslang onafscheidelijk
blijven.
De stemming thuis verbetert er niet op wanneer hun vader te horen
krijgt dat
hij kanker heeft. Hij zal zijn gezin nog een paar jaar de kast opjagen,
alvorens te sterven op 22 februari 1904. Virginia is nu ook haar
intellectuele bondgenoot en literaire mentor kwijt. Na haar vaders dood in 1904 stort Virginia opnieuw in. Ze lijdt aan
slapeloosheid en hoofdpijn, hoort stemmen, hongert zich uit, gedraagt
zich agressief en heeft nachtmerries. Ze onderneemt een eerste zelfmoordpoging. Een lichtpunt is
haar hechte vriendschap met de 17 jaar
oudere Violet Dickinson die haar verzorgt. Wanneer in oktober 1904 haar
mentale toestand iets minder alarmerend is, trekt ze in bij tante Milly (Caroline Emelia Stephen) in Cambridge. Die legt Virginia een strak
rustregime op, ver van de Londense society.
Aan het werk
Aan de verveling en aan haar protesten komt een einde wanneer Sir Leslie Stephens biograaf
Frederic Maitland de 22-jarige Virginia voorstelt om publiceerbare fragmenten te
distilleren uit de persoonlijke correspondentie van haar vader en een
bijdrage te schrijven voor zijn biografie. Eindelijk krijgt ze wat ze zo hard wenst: een nuttige
dagtaak en een eigen inkomen.
Eind 1904 brengt Violet Dickinson haar in contact met Mrs Lyttelton, verantwoordelijk
voor het Women’s Supplement van het Anglicaanse weekblad The Guardian. Virginia kan er aan de slag als recensent van eigentijdse fictie en als columnist.
Op kerstdag 1904 begint Virginia een nieuw dagboek, als middel om
haar greep op de dagelijkse realiteit te behouden. Dit dagboek is
inhoudelijk en van toon reeds het werk van een professioneel schrijver
die feiten, waarnemingen en ideeën vastlegt voor later gebruik. Op 14
januari 1905 is Virginia Stephen genezen verklaard. Ze mag weer
schrijven en vindt werk als leerkracht Engelse literatuur aan Morley College,
een avondschool voor volwassen arbeiders. Daar geeft ze les tot 1907.
Die ervaring herinnert ze zich later bij het schrijven van A room of one’s own (1929).
Een nieuwe start in Bloomsbury
Op initiatief van Vanessa verkassen de vier Stephens naar een aangenamer huis aan Gordon Square, Bloomsbury,
een artistieke wijk in het Londense West End. De halfbroers Duckworth
gaan voortaan hun eigen weg. Bevrijd van hun tirannieke vader trekken
de Stephens een streep onder het verleden. De grote house warming
party van 1 maart 1905 symboliseert het begin van een onafhankelijk
nieuw leven. Met Virginia gaat het nu goed. Ze werkt, ontmoet vrienden
en verdient haar eigen geld. Ze schrijft boekrecensies en essays, geeft
les en vertaalt Griekse teksten. Ze voelt zich gewaardeerd en erkend,
en vooral: onafhankelijk en vrij.
De vier Stephens genieten in Bloomsbury van een gevuld sociaal leven. Elke vrijdagavond ontvangt Vanessa beeldend kunstenaars, elke donderdagavond ontvangt Thoby getalenteerde
studievrienden uit Cambridge. Hun huis wordt algauw een ontmoetingsplaats voor originele denkers: kunstenaars, schrijvers, filosofen,
economen, kunstcritici. Virginia is stimulerend gezelschap met haar
geestige, intelligente conversatie. In 1905 ontmoet ze Toby's vriend
Leonard Woolf, een links politiek theoreticus en koloniaal ambtenaar. Hij
vertrekt de dag daarna voor zeven jaar naar Ceylon.
In 1906 maken de Stephens een rondreis door Europa maar Thoby doet tyfus op in
Griekenland en sterft. Ze verwerkt die tragische gebeurtenis in Jacob's Room (1922). Na Thoby’s dood groeit rond de Stephens een hechte vriendengroep, de Bloomsbury Group, die jarenlang bijeen blijft komen om van gedachten te wisselen over filosofie, kunst en maatschappij.
Relaties en vriendschappen
De Bloomsbury Groep
De onderlinge relaties tussen de leden van de Bloomsbury Group zijn
complex en onorthodox. Biseksuele driehoeksverhoudingen zijn courant.
In 1911 besluit Virginia te gaan samenwonen met haar jongste broer
Adrian en een aantal mannen in een huis in de buurt van het British
Museum. Van kritiek over haar bohemien leefwijze trekt ze zich niets
aan. Een van de bewoners is Leonard Woolf die in 1912 terug is uit
Ceylon. Twee andere bewoners, Duncan
Grant en Maynard Keynes, zijn minnaars. De heteroseksuele leden van de
groep houden er ook ongebruikelijke vriendschappen op na.
Huwelijk
Op 10 augustus 1912 trouwt de dertigjarige Virginia met "die arme Jood", Leonard Woolf (1880-1969). Hun bewust kinderloze,
onconventionele huwelijk wordt na een tweetal jaar platonisch. In de plaats komt affectie,
loyaliteit en intimiteit. Virginia en Leonard zijn onafscheidelijk. Ze
wandelen, praten, schrijven en publiceren samen. Leonard geeft haar
grootmoedig de ruimte voor andere vriendschappen, zoals Virginia's
lesbische affaire met auteur en tuinontwerper Vita Sackville-West. Hij
ziet dat Vita een positieve invloed heeft op Virginia's gezondheid,
levensvreugde en creatieve output.
Leonard spant zich tot het uiterste in voor de mentale
gezondheid van zijn vrouw. Hij noteert nauwgezet haar symptomen in de opeenvolgende fases van een manisch-depressieve opstoot.
Na haar tweede zware zenuwinzinking, die duurt van 1913
tot 1915, huurt Leonard een huis in Richmond:
Hogarth House. In de
hoop dat het uitgeversvak voor Virginia een verstrooiing vormt naast
het schrijven, dat haar vaak erg zwaar valt, laat hij in 1917
een drukpers installeren. Hogarth Press publiceert Virginia's
modernistische werk en ook dat van bevriende auteurs zoals Katherine
Mansfield, T.S. Elliot, E.M Forster, Sigmund Freud. In 1919 kopen ze
een buitenverblijf op het platteland, Monk's
House in Rodmell, waar Virginia tot rust kan komen. Daar wonen de Woolfs permanent nadat hun Londense huis in 1940 platgebombardeerd werd. Virginia maakt er ook haar laatste, fatale depressie door.
Op 18 maart 1941 schrijft ze aan Leonard:
Rodmell, Sussex, Tuesday
Dearest,
I feel certain that I am going mad again: I feel we cant go through another of those terrible times. And I shant recover this time. I begin to hear voices, and cant concentrate. So I am doing what seems the best thing to do. You have given me the greatest possible happiness. You have been in every way all that anyone could be. I dont think two people could have been happier till this terrible disease came. I cant fight it any longer, I know that I am spoiling your life, that without me you could work. And you will I know. You see I cant even write this properly. I cant read. What I want to say is that I owe all the happiness of my life to you. You have been entirely patient with me and incredibly good. I want to say that--everybody knows it. If anybody could have saved me it would have been you. Everything has gone from me but the certainty of your goodness. I cant go on spoiling your life any longer. I dont think two people could have been happier than we have been. V.
Leestip: Natania Rosenfeld, Outsiders Together: Virginia and Leonard Woolf (2000).- RoSa exemplaarnummer T/0612.
Vanessa
Met haar drie jaar oudere zus Vanessa Bell (1879-1961) heeft Virginia een bijzondere band. Dat "innige complot"
resulteert in een uitvoerige en openhartige, bijna dagelijkse
briefwisseling, ook na Vanessa's huwelijk met Clive Bell. De zussen
zijn een morele steun voor elkaar. Vanessa helpt Virginia de depressies
door te komen. Virginia steunt haar zus wanneer Vanessa's 29-jarige zoon Julian Bell sneuvelt
in de Spaanse burgeroorlog in 1937. Virginia heeft de dood van haar
favoriete neef in het achterhoofd bij het schrijven van het
pacifistisch-feministische essay Three Guineas (1938). Virginia compenseert haar kinderloosheid door een betrokken tante te zijn voor Vanessa's drie kinderen.
Leestip: Maggy Humm, Snapshots of Bloomsbury: the private lives of Virginia Woolf and Vanessa Bell (2006).- (RoSa exemplaarnummer Q/0111 (fotoboek) )
Vriendinnen
Er zijn in Virginia's leven nog een aantal belangrijke vrouwen geweest.
Op haar zestiende is dat Madge Vaughan, die model stond voor Sally
Seton in Mrs. Dalloway
(1925). Violet Dickinson leert ze kennen
in 1897. De
vrijgevochten, onafhankelijke Violet is veertig jaar lang een intieme
vriendin en een feministisch rolmodel. Ze helpt Virginia's literaire
carrière op dreef via haar journalistieke contacten. In 1917 ontmoet
Virginia de excentrieke lady Ottoline Morrell. De rijke aristocrate
werpt zich op als gastvrouw voor de Bloomsbury Groep. Het
is zij die Virginia in contact brengt met Dora Carrington en met de jonge auteur Katherine
Mansfield. Mansfield en Woolf zijn in veel
opzichten elkaars tegenpolen, maar als schrijvers zitten ze op dezelfde
golflengte.
Dora Carrington worstelt met haar geaardheid
en kiest de homoseksuele Lytton Strachey als levenspartner.
De laatste belangrijke vrouw in haar leven was de componist en suffragette Ethel Smyth, die ze
leerde kennen 1930. Smyth was toen al 72.
Van alle vrouwen in Woolfs leven had Vita Sackville-West de meest diepgaande invloed op haar. In tegenstelling tot wat de zeer zinnelijke brieven aan haar
vriendinnen laten vermoeden, had Virginia
alleen met Vita Sackville-West een fysische lesbische relatie. Haar roman Orlando (1928) is geïnspireerd op die romance. Virginia
en Vita ontmoetten elkaar voor het eerst in 1923 bij Clive en Vannessa
Bell. De vriendschap duurde 19 jaar. De tien jaar jongere aristocrate Vita
Sackville-West was opgegroeid in het statige landhuis Knole, dat ze niet erfde omdat ze een vrouw was. Vita trouwde met
de diplomaat Harold Nicholson. Hun jongste zoon Nigel schreef een biografie van Woolf. Toen de vriendschap tussen Vita en Virginia uitgedoofd was en Sackville-West het op relationeel vlak wat kalmer aan begon te doen, kochten zij en Harold het landgoed Sissinghurst en legden de beroemde tuinen aan. Virginia Woolf is daar nooit geweest.
Leestip:
-
-
Suzanne Raitt, Vita and Virginia : the work and friendship of V. Sackville-West and Virginia Woolf (1993). - (RoSa exemplaarnummer T/0362 )
Feminisme en pacifisme
Feministisch auteur
Virginia Woolf was geen feministisch activiste, hoewel ze veel
contacten had met de vrouwenbeweging en met vooraanstaande
vrouwenactivisten. Haar feministisch activisme uitte zich in haar
schrijven.
Al Woolfs boeken dragen een feministische ondertoon. Haar fictie is
doorspekt met feministische standpunten. In de essays en recensies
blijft het onder de oppervlakte, behalve in de stukken met herkenbare
feministische onderwerpen, zoals een essay over Mary Woolstonecraft of
een recensie over Emily Davies. Uitgesproken feministisch zijn haar
werken die fictie en
non-fictie combineren, zoals A Room of One’s
Own (1929) en Three Guineas (1938).
Virginia Woolf schreef uitvoerig over de hindernissen die vrouwen
ondervinden om toegang te krijgen tot intellectuele beroepen. Ze was
ook erg begaan met de gelijkheid van vrouw en man binnen het huwelijk.
Ze beschreef de ongelijke positie van haar moeder in To The Lighthouse
(1927) Ook over de Victoriaanse dubbele moraal was Woolf
verontwaardigd. Ze alludeerde in haar werk vaak op de oneerlijke
toewijzing van bezit en goederen aan de man.
Woolf hield niet van de term feminisme. Het feminisme van de activisten
die zich enkel op vrouwen concentreerden en stemrecht, scholing en
betaald werk eisten was haar te eng. Haar
definitie van feminisme ging daar ver boven. Zoals Josephine Butler was
ze overtuigd dat mannen en vrouwen samen moesten streven naar vrijheid,
gelijkheid en respect voor iedereen. Woolf
erkende wel dat de eerste noodzaak altijd is te voorzien in de
praktische voorwaarden om van je rechten te kunnen genieten.
Woolfs feminisme is een radicaal en politiek feminisme dat in haar tijd
niet begrepen werd. Radicaal in de zin van drastisch, fundamenteel,
revolutionair, compromisloos. Haar feminisme was politiek omdat het
relevant was voor de publieke sfeer. Het ging over sociale en
politieke structuren van dominantie. De degradatie en onderdrukking van
de vrouw zijn de grondoorzaak van het soort tirannie dat
oorlogen ontketent.
Feministisch = pacifistisch
Woolfs volgehouden pacifisme in een tijd van oprukkend fascisme en oorlogsdreiging
veroorzaakte controverse. Ze kreeg de kritiek een wereldvreemde estheet te zijn. In Three Guineas (1938) verklaart ze waarom ze als vrouw pacifist is.
"Als je absoluut wil vechten om mij te beschermen, of om "ons land"
te beschermen, laat het dan duidelijk zijn dat je eigenlijk vecht uit
een seksueel instinct dat ik niet deel, om voordelen te bekomen waarvan
ik niet geniet en waarschijnlijk ook nooit zal genieten; want als vrouw
heb ik geen land, als vrouw wil ik geen land, als vrouw is de hele
wereld mijn land."
Three Guineas is niet alleen een pleidooi tegen de oorlog, maar ook het boek waarin Woolf haar feministische standpunten het duidelijkst formuleert. Vrede betekent veel meer voor Woolf dan het vermijden van gewapende conflicten. Vrede is nodig om de patronen van onderdrukking en uitsluiting, bijna altijd vertegenwoordigd door mannen, te stoppen. Die seksistische patronen strekken zich uit in het gezin, het onderwijs, de economie en de politiek. Fascisme, nazisme en oorlog zijn alleen maar verre uitwassen van seksisme. Oorlog bestrijden moet gebeuren door onderdrukking van vrouwen te bestrijden.
Leestip:
Feministische literatuurkritiek
In haar literatuurkritiek behandelde Virginia Woolf twee feministische thema's: het
opeisen van een evenwaardige plaats voor het vrouwelijk schrijverschap
en de deconstructie van genderverschillen. De grootste schrijvers,
stelt Woolf, zijn in staat de wereld te
beschrijven vanuit zowel het perspectief van de man als van de vrouw. Ze demonstreert die stelling in Orlando: A Biography (1928) waarin het hoofdpersonage zowel man als vrouw is. Toch gelooft ze in een vrouwelijke schrijfstijl.
In A Room of one's Own
(1929), een essay over seksisme, kunst en de vrijheid om kunst te scheppen, licht Woolf haar pleidooi voor professioneel vrouwelijk
auteurschap toe. Om haar argumenten te verlevendigen, geeft Woolf het essay de vorm van
een deels fictieve vertelling. Ze bedenkt een verteller, Mary, een
getalenteerde maar door de maatschappij belemmerde auteur. Mary neemt
de lezer mee via een onderhoudende monologue intérieur op een
imaginaire tocht door Oxbridge en Londen. Een bezoek aan de bibliotheek
van het British Museum inspireert Mary tot bedenkingen over de
verschillende obstakels waarmee begaafde vrouwen geconfronteerd worden
in het creatieve proces.
Van A Room of One's Own (1929) wordt gezegd dat het aan de basis ligt van de feministische literatuurkritiek. Woolf stelde dat de schrijver een product was van zijn of haar historische omstandigheden en dat materiële omstandigheden van cruciaal belang waren. Bovendien argumenteerde ze dat die omstandigheden een diepe invloed hadden op de psychologische aspecten van het schrijven en op de aard van het creatieve werk zelf.
A Room of One's Own lijkt in niets op enig ander feministisch
manifest. Het is ontstaan uit twee lezingen over Vrouwen en Fictie die
Woolf gaf op 20 en 26 oktober 1928 aan Newnham en Girton College voor
meisjesstudenten (Cambridge).
Leestip: S.P. Rosenbaum, Virginia Woolf / Women & Fiction: The Manuscript Versions of A Room of One’s Own (1992).
Schrijverscarrière
Via de journalistiek naar de literatuur
In Virginia's tijd was de journalistiek als opstapje naar de literatuur voor een vrouw met
literaire ambities geen ongewone gang van zaken. Virginia Woolf begon als recensent voor The Guardian. In 1905 publiceerde ze al artikels in The Times Literary
Supplement, The
National Review en The Academy & Literature. Haar essays waren intellectueel superieur en toonden een
grote belezenheid. Hoewel ze geen formeel diploma had was ze degelijk opgeleid. Als tiener
oefende ze haar stijl in de huiskrant onder vaders toezicht. Als
adolescent leerde ze met haar dagboeken autobiografische teksten schrijven op professioneel niveau.
Dat Virginia Woolf op korte tijd zo'n succesvol en invloedrijk
recensent werd, is deels te danken aan haar bevoorrechte positie. Ze
kwam uit de juiste sociale klasse en had bijzonder nuttige vrienden. Bovendien was ze de dochter van Sir Lesly
Stephen, die een
uitgebreid netwerk had in de uitgeverswereld. Haar kansen op publicatie
waren gegarandeerd en ze zat bij de bron voor het uitkiezen van nieuwe
boeken.
De originele stijl, de bezieling en de krachtige expressie in haar
kritisch proza heeft veel te maken met het feit dat Woolf toegang had
tot de beste tijdschriften, geleid door goede vrienden, die
aanleunden bij de avant-garde.
Daardoor kon Virginia persoonlijker en gedurfder recensies en artikels
schrijven. Behalve in Times Literary Supplement was ze vrij om haar
artistieke privileges te gebruiken. In The New Statesman en de Athenaeum publiceerde ze recensies in de vorm van fictieve dialogen.
Maar haar schrijven werd ook bepaald doordat ze publiceerde in
bladen met strikte editoriale regels, voor een publiek met conservatieve
genderverwachtingen.
Bron: Leila Brosnan, Germs of a literary lady: Virginia Woolf's introduction to reviewing. Reading Viriginia Woolf's essays and journalism (1997).
Samenwerking met Vogue
Tijdens de eerste paar decennia bestond de hoofdmoot van Woolf's
journalistieke en literaire productie uit anoniem gepubliceerde recensies
in gevestigde literaire Britse tijdschriften. Af en toe deed ze een
uitstapje naar ondertekende essays in al even degelijke bladen zoals de
Cornhill en The Academy & Literature. Maar vanaf de jaren 1920, het decennium waarin Virginia Woolf 4 romans, een
novellenbundel en A Room of One's Own (1929) uitbracht, publiceerde ze meer divers journalistiek werk
voor een ruimere afzetmarkt, onder meer in New York.
In die periode deed de Britse editie van het damesblad Vogue, onder
impuls van de nieuwe hoofdredacteur Dorothy Todd, een poging om het niveau
van het magazine op te trekken. Het bracht exclusieve design en
artikels van hoge literaire waarde. De briljante avant-garde auteur Virginia Woolf
paste in het plaatje van artistiek en literair gepronk. De nieuwe
wending was geen commercieel succes voor Vogue en Todd moest
opstappen.
Hoewel de journalistiek haar populariteit deed toenemen bij het
publiek en bij haar vriendenkring, moest Virginia Woolf zich ook
verdedigen tegen zware kritiek, als zou schrijven voor Vogue haar
stijl besmetten en haar integriteit compromitteren. Aan de ene kant
versterkte het journalistieke werk haar gevoel van eigenwaarde : ze was
nu een erkende en betaalde professional in het journalistieke vak. Aan de andere kant had ze grote twijfels over haar positie als journalist. Ze was
bezorgd dat het commerciële aspect ervan haar pure
fictie zou vertroebelen en ze klaagde dat het zoveel tijd en energie opslorpte ten nadele van de romans die ze wou schrijven. Toch
hield ze er nooit mee op, behalve toen ze te ziek
was.
Bron: Leila Brosnan, Germs of a literary lady: Virginia Woolf's introduction to reviewing. Reading Viriginia Woolf's essays and journalism (1997).
Productie
Het schrijven ging Virginia Woolf niet gemakkelijk af. Het was een intens proces van nadenken en herformuleren en het veroorzaakte grote stress. Zo schreef ze haar roman The Waves (1931) twee keer helemaal opnieuw. De tweede versie leek bijna niet meer op de eerste.
Ondanks haar gezondheidsproblemen was ze een buitengewoon
vruchtbaar auteur. Ze schreef 8 romans, 4 novellenbundels, 3
biografieën, talloze essays, dagboeken, brieven, recensies, verslagen.
Na haar dood in 1941 ging Leonard Woolf verder met ongepubliceerd werk
van zijn vrouw uit te geven. Een selectie.
Romans
The Voyage Out (1915)
Night and Day (1919)
Jacob's Room (1922)
Mrs Dalloway (1925)
To the Lighthouse (1927)
The Waves (1931)
The Years (1937)
Between the Acts (1941)
Novellenbundels
Monday or Tuesday (1921)
A Haunted House and Other Short Stories (1944)
Mrs Dalloway's Party (1973)
The Complete Shorter Fiction (1985)
Biografieën
Orlando: A Biography (1928)
Flush: A Biography (1933)
Roger Fry: A Biography (1940)
Non-fictie
Modern Fiction (1919)
The Common Reader (1925)
A Room of One's Own (1929)
On Being Ill (1930)
The London Scene (1931)
The Common Reader: Second Series (1932)
Three Guineas (1938)
The Death of the Moth and Other Essays (1942)
The Moment and Other Essays (1947)
The Captain's Death Bed And Other Essays (1950)
Granite and Rainbow (1958)
Books and Portraits (1978)
Women And Writing (1979)
Aanraders uit de RoSa bibliotheek
   
Bronnen van foto's: zie alt text bij elke foto of klik op foto.
|