|
Voor 1960
1960 -1970
1970 -1980
Besluit
In de RoSa bibliotheek
Wat volgt, is een overzicht van de belangrijkste organisaties uit de tweede
feministische golf in Vlaanderen. De nadruk ligt op de structuur van de
vrouwenbeweging. Daarom wordt ook kort ingegaan op de organisaties
die voordien reeds bestonden als gevolg van de eerste feministische golf.
In de tekst worden de belangrijkste data uit de vrouwengeschiedenis uit
die periode vermeld, maar niet altijd in strikt chronologische volgorde.
Voor 1960, de gevolgen van de eerste feministische golf in België
Nationale vrouwenraad en zuilgebonden organisaties.
Voor 1960 bestaan in ons land enkele vrouwenverenigingen, die ontstaan
zijn rond de eeuwwisseling 19e-20e eeuw. Er is de Nationale vrouwenraad,
een rechtstreekse uitloper van de eerste feministische golf . Bij de twee
grote zuilen in ons land beginnen vrouwen zich te organiseren.
Nadat overal in het land lokale katholieke vrouwenbonden ontstaan, de
eerst in Gent in 1873, organiseren die zich in nationaal verband in 1920 in
de K.A.V., Katholieke Arbeiders Vrouwengilde, later Katholieke
Arbeidersvrouwen. Ook K.V.L.V. (Katholiek Vormingswerk voor Landelijke
Vrouwen) ontstaat op een dergelijke manier. Vanaf 1907 ontstaan her en
der boerinnengilden, waarvan de eerste in Leuven in 1907. In 1911 worden
deze gegroepeerd in de Boerinnenbond.
Aan socialistische kant worden de verschillende lokale vrouwengroepen
in 1901 ondergebracht in de NFSV, de Nationale Federatie der
Socialistische Vrouwen. In 1922 wordt de politieke activiteit afgezwakt en
worden de SVV, de Socialistische Vooruitziende Vrouwen opgericht, die
meer op mutualistische leest geschoeid zijn. Dat werd, tot de oprichting
van een politieke vrouwengroep, de belangrijkste socialistische
vrouwenorganisatie. Daarnaast heeft ook de vakbond haar
vrouwenorganisatie. Andere gebonden vrouwenorganisaties zouden pas
veel later opgericht worden, zoals de CMBV (Christelijke Beweging voor
Vrouwen uit de Middengroepen) in 1951, de Vlaamse Liberale Vrouwen
begin jaren zeventig.
De in 1905 opgerichte Nationale Vrouwenraad , eerst enkel onder de
Franstalige naam ‘Conseil National des Femmes Belges’, groepeerde aanvankelijk enkel
autonome organisaties.
Vanuit de zuilen komt er al snel reactie: die vrouwengroepen treden ook toe tot de
Nationale Vrouwenraad. Die Vrouwenraad heeft vanaf het begin altijd veel aandacht
besteed aan internationale connecties, de samenwerking met het ICW, International Council
of Women bijvoorbeeld. De Nederlandstalige en Franstalige vleugels krijgen vanaf 1974
een autonome werking, in 1979 worden beide afdelingen zelfstandig.
Stemrecht voor vrouwen
Het stemrecht voor vrouwen wordt werkelijkheid op 26 juni 1949. Bij de eerste naoorlogse
wetgevende verkiezingen kunnen ook vrouwen parlements- en provincieraadsleden kiezen.
Daarvoor was er voor vrouwen enkel algemeen stemrecht voor de
gemeenteraadsverkiezingen. Uit die laatste periode rond 1920 stamde ook het recht om
verkozen te worden, op alle niveaus.
Ook in 1949 wordt de premie voor moeder aan de haard ingevoerd. Alle vrouwen met
tenminste één kind krijgen voortaan een (bescheiden) toelage, berekend op het aantal
kinderen, op voorwaarde dat ze geen betaalde arbeid verrichten. Deze toelage wordt 8
jaar later opnieuw afgeschaft bij het hervormen van de kinderbijslag. De toelage is belangrijk
omdat zij later terugkeert onder de naam SPT, Sociaal Pedagogische Toelage. Die SPT zal
voor de tweede golf duidelijk ideologisch onaanvaardbaar zijn omdat de ondertoon blijft
dat vrouwen thuis moeten blijven. Liever wilde men meer collectieve voorzieningen voor
kinderopvang. De SPT wordt uiteindelijk wet, maar blijft dode letter zonder de nodige
uitvoeringsbesluiten.
overzicht
1960-1970
Gelijkheid in burgerlijk recht
De oudere vrouwenorganisaties zullen verschillend reageren op de nieuwe feministische
golf in de jaren zeventig. Sommigen zoals KAV zullen hun werking moderniseren, anderen
reageren afwijzend. Voor 1970 blijven de zuilgebonden organisaties vrij braaf. Traditioneel
vrouwelijke problemen zoals gezinshulp en kinderopvang zijn hun thema’s. KAV brengt
in 1968 echter een handvest uit met als titel: ‘De vrouw nu: een nieuw statuut’. Daarin
wordt niet meer gehamerd op de traditionele rollen, maar op herverdeling van taken Ook
wordt er gewezen op de nood aan een nieuw juridisch statuut voor de gehuwde vrouw.
Tot dan toe is dat statuut nooit aangepast aan de veranderende samenleving. Het burgerlijk
recht is sinds de Code Napoléon nagenoeg ongewijzigd gebleven. In 1958 wordt de
juridische onbevoegdheid van de gehuwde vrouw afgeschaft. Nochtans blijven er
belangrijke discriminaties bestaan. Het huwelijksgoederenrecht bepaalt dat de man de
gemeenschappelijke goederen en de eigendommen van de vrouw beheert. Bij het
uitoefenen van het ouderschap blijft de man het overwicht behouden. De eis voor
hervorming van huwelijksgoederenrecht, zal in jaren zeventig ook belangrijk zijn voor
PAG, de wetteksten worden uiteindelijk aangepast in 1976.
Gelijk loon voor gelijk werk
In 1952 ondertekent België conventie nr.100 van de Internationale Arbeidsorganisatie over
gelijk loon voor gelijkwaardig werk , zonder dat die conventie later opgenomen wordt in
de nationale wetgeving. Ook het Verdrag van Rome, waarmee in 1957 de Europese
Economische Gemeenschap wordt opgericht, bevat een artikel over gelijk loon voor gelijk
werk (artikel 119), dat voor de lidstaten bindend is. Hoewel dat laatste artikel een stap
achteruit is ten opzicht van conventie nr. 100-de formulering ‘gelijk loon voor gelijkwaardig
werk’ heeft bredere implicaties dan ‘gelijk loon voor gelijk werk’- krijgt het voorlopig geen3
toepassing in de Belgische wetgeving. Als op 16 februari 1966 de werkneemsters van de
wapenfabriek FN in Herstal het werk neerleggen om gelijk loon voor gelijk werk te eisen,
kunnen zij zich enkel op die internationale verdragen baseren. Na drie maanden staking
krijgen ze gelijk loon, maar blijven de verdragen dode letter. Een belangrijk gevolg van
hun actie is de oprichting van het actiecomité ‘gelijk loon voor gelijk werk’ dat nog jaren
actief zal zijn en de wetgeving op dat vlak met argusogen zal volgen.
In 1968 wordt die lacune in de Belgische wetgeving opnieuw ter discussie gesteld. Gabrielle
Defrenne, airhostess bij Sabena, dient bij de arbeidsrechtbank een klacht in tegen haar
werkgever voor discriminatie op grond van geslacht. Op 16 februari 1968 wordt Gabrielle
Defrenne verplicht op non-actief gezet omdat ze 40 jaar werd. Haar arbeidscontract
bepaalde immers dat vrouwen na hun veertigste verjaardag geen deel meer konden
uitmaken van de crew terwijl deze passage in de contracten van mannelijk boordpersoneel
ontbrak. De klacht eindigt uiteindelijk in 1976 bij het Europees Hof van Justitie in Luxemburg.
Daar wordt het historisch arrest Defrenne uitgesproken: er is wel degelijk sprake van
discriminatie op grond van geslacht en bovendien wordt besloten dat artikel 119 van het
Verdrag van Rome een directe werking heeft, waardoor het ook voor Belgische rechtbanken
kan ingeroepen worden. In 1975 komt er in België een CAO (collectieve
arbeidsovereenkomst) over gelijk loon voor gelijk werk.
In deze periode kent België ook zijn eerste vrouwelijke minister van 1965 tot 1968: Marguerite
De Riemaecker-Legot, Minister van Gezin en Huisvesting. De eerste verkiezingen waarbij
ook vrouwen mochten stemmen in 1949, hadden geen vervrouwelijking van het parlement
tot gevolg. De eerste vrouwelijke minister komt uit KAV-kringen. Een echte doorbraak
betekent dat echter niet, na 1968 komt er geen nieuwe vrouwelijke minister tot in 1974.
overzicht
1970-1980
De pioniers: de eerste helft van de jaren zeventig
De protestbeweging die op gang komt begin jaren zeventig wordt aangezwengeld door
enkele nieuwe autonome groepen.
Bij de gemeenteraadsverkiezingen in 1970 ontstaan in verschillende Vlaamse steden kernen
van PAG (Pluralistische Actiegroepen voor Gelijke Rechten van Man en Vrouw). Er is een
stichtingsvergadering op 10 januari 1970 in Brugge. De organisatie volgt duidelijk het
model van de Nederlandse groep ‘Man-Vrouw-Maatschappij’, zelf opgericht in 1968. Net
als MVM is ook PAG pluralistisch. PAG is een pragmatische actiegroep, die discriminaties
aanklaagt en probeert uit de wereld te helpen. Voorbeelden van dergelijke strijdpunten
zijn gelijk loon voor gelijk werk, politieke participatie en, vooral, de hervorming van het
huwelijksgoederenrecht. In tegenstelling tot de Dolle Mina’s hebben zij een braver imago.
Dat imago hebben ze meer te danken aan de stijl van hun acties: discussie-avonden in
plaats van de (telegenieke) ludieke acties van hun tegenhangsters.
Er is een actie van de Brugse PAG aan de vooravond van de gemeenteraadsverkiezingen
van 11 oktober 1970: ‘Heb vertrouwen-stem voor vrouwen’. Daarop stijgt het aantal vrouwen
in de gemeenteraad van twee naar zeven en komt er een vrouwelijke schepen.
De Brugse PAG kent navolging. In 1973 zijn er actieve groepen in Brugge, Gent, Roeselare,
Mechelen, Antwerpen, Tervuren en Ieper. De groep van Gent organiseert in 1974 de
derde vrouwendag. De PAG’s van Brugge en Antwerpen zijn belangrijk voor het ontstaan
van vrouwenhuizen. Vanuit PAG richten verschillende vrouwen immers praatgroepen
op, waaruit in de tweede helft van de jaren zeventig de vrouwenhuizen voortkomen. In4
1972 publiceren de PAG-groepen hun eigen nieuwsbrief: “PAG-nieuws”. Die blijft bestaan
tot 1977.
Niet alle groepen bleven zo lang bestaan. PAG is nooit officiëel ontbonden maar stierf een
stille dood eind jaren zeventig. Heel wat vrouwen uit PAG vonden hun weg in de
vrouwengroepen van de traditionele politieke partijen, naast degene die er al actief in
waren.
Dolle Mina
In 1970 wordt Dolle Mina gesticht, naar Nederlands voorbeeld. De naam is gebaseerd op
Wilhelmina Drucker, een socialistisch feministe van de eerste golf. Er zijn vijf kernen:
Antwerpen, Oostende, Leuven, Brussel en Gent. Gent blijft het langst bestaan en brengt
in 73 een blad uit: De Grote Kuis.
Dolle Mina krijgt veel meer publiciteit dan PAG, dankzij mediagenieke campagnes. Een
van de eerste betogingen richt zich tegen een Antwerpse verzekeringsmaatschappij waar
mannen wel en vrouwen niet mogen roken, onder het motto ‘vrouwen hebben ook recht
op longkanker’. De acties zijn vooral gericht op gezinsproblemen: betere kinderopvang,
meer speelpleinen. Bij de opening van de autosnelweg E3 plaatsen leden van Dolle Mina
een wegwijzer naar de dichtstbijzijnde kinderkribbe: ‘Stockholm: 1500 kilometer’. In
tegenstelling tot PAG is Dolle Mina een organisatie met een duidelijke politieke keuze: ze
profileert zich als links, zonder in het begin banden te hebben met andere linkse organisaties.
Op het einde van de jaren zeventig ging de enige nog actieve kern, die van Gent, op in de
Fem-soc-Coördinatie , wat staat voor feministisch en socialistisch.
VOK
Het VOK , het Vrouwenoverlegkomitee, ontstaat in 1972 tijdens een vormingsweekend in
Ieper. Aanleiding voor dat weekend is de onvrede van een aantal vrouwelijke redactieleden
van het blad ‘De Nieuwe Maand’ met de aandacht die aan vrouwen besteed wordt. Uit
dat informeel overleg ontstaat het VOK. Het VOK is officieel een koepel die ‘de progressieve
vrouwengroepen in Vlaanderen’ bundelt, maar het gaat hier meer om een
vrouwennetwerk. Naast organisaties kent het VOK ook individuele leden en doorheen
haar geschiedenis stonden niet alle leden altijd achter alle standpunten van de organisatie.
Het VOK behoort tot de linkerzijde, maar er zijn verschillen met Dolle Mina. Er is geen
ideologisch gekleurde opvatting van het socialisme, maar een algemeen-progressieve
benadering, waarin zowel socialisten, progressieve christenen, klein links, als politiek
daklozen zich konden herkennen.
Niet zo lang na het stichtingsweekend nemen de betrokkenen deel aan een vrouwendag
in Parijs (georganiseerd door de MLF, de Mouvement de la Libération de la Femme), wat
hen doet besluiten er zelf één te organiseren. Diezelfde dag wordt een datum vastgelegd
en een spreekster gecontacteerd: Simone De Beauvoir.
De eerste Vrouwendag op 11 november 1972 in Brussel is een enorm succes: het aantal
bezoekers wordt tussen tien- en twaalfduizend geschat. Vanaf dan organiseren Vlaamse
en Waalse organisaties elk hun eigen dag. In 1973 wordt de tweede vrouwendag
georganiseerd door PAG Antwerpen, vanaf dan reist de vrouwendag door de Vlaamse
provincies. Tot vandaag organiseert het VOK elk jaar op 11 november een
Vrouwendag.Telkens wordt een politiek urgentieprogramma voorgelegd om aandacht te
vragen voor problemen waar vrouwen mee kampen. De thema’s van enkele Vrouwendagen
geven een indicatie van die problemen:
- 1972 Brussel (geen echt thema)
- 1973 Antwerpen: ‘Jaar van de rechtvaardigheid: ook voor de vrouw?’
- 1974 Gent: ‘Internationaal Jaar van de Vrouw’
- 1975 Hasselt: ‘Internationaal Jaar van de Vrouw’
- 1976 Brussel: ‘Abortus; de vrouw beslist’5
- 1977 Ieper: ‘Arbeidsduurverkorting per dag’
- 1978 Mechelen: ‘De hand die de wieg beweegt, beweegt de wereld niet’
- 1979 Turnhout: ‘Gelijke opleidingskansen’
- 1980 Leuven: ‘Vrouwen tegen geweld’
VFP
Bij de parlementsverkiezingen in maart 1974 komt een feministische partij op: de VFP
(Verenigde Feministische Partij). De partij is opgericht in 1972, oorspronkelijk voornamelijk
langs Franstalige kant, daarna komt er ook een sterke Vlaamse vleugel. De partij is
pluralistisch, het programma bevat punten waarvan men vermoedt dat alle vrouwen er
achter kunnen staan: gelijk loon, gelijke onderwijskansen, gelijke rechten en ‘sociale en
economische rechtvaardigheid voor iedereen’.
In 1974, voor de parlementsverkiezingen worden kandidaatslijsten samengesteld voor
volgende arrondissementen: Brussel, Gent, Brugge, Oostende, Antwerpen, Luik, Charleroi
en Nijvel. Men haalt in totaal 18551 stemmen voor de Kamer, of 0.35 procent, voor de
Senaat 14.282 stemmen, of 0.28 procent. Sommigen beschouwen dat als een mislukking,
anderen bedenken dat in Vlaanderen na de tweede wereldoorlog behalve de Vlaamse
beweging met de Volksunie, geen enkele nieuwe beweging electoraal succes geboekt
heeft. Het probleem van de VFP is dat ze geen steun krijgt van een breed segment van de
vrouwenbeweging. De meeste VFP-leden worden gerecruteerd buiten de traditionele
netwerken van de vrouwenbeweging, en ze hebben over het algemeen weinig ervaring
in het verenigingsleven. De verhouding tussen vrouwenbeweging en VFP loopt mank.
De traditionele vrouwenorganisaties recruteren voor de eigen partijen (lees CVP en SP),
maar ook PAG en Dolle Mina verlenen niet de nodige steun. Niettemin is de ‘Stem Vrouw-actie’,
tot stand gekomen door een feministische frontvorming van het VOK en de Nationale
Vrouwenraad, een succes. Het aantal parlementsleden is verdubbeld van 13 naar 26 (op
365 mannen).
Opkomst van vrouwenorganisaties binnen de politieke partijen.
Binnen de bestaande politieke partijen beginnen vrouwen zich te organiseren. Eind 1973
wordt de eerste politieke vrouwengroep opgericht binnen de CVP: ‘Vrouw en Maatschappij’.
In 1974 ontstaat binnen de Volksunie de ‘Federatie Vlaamse Vrouwen’. De P.V.V. vrouwen
organiseren zich in 1978. Ook in 1978 wordt een stuurgroep van B.S.P.-vrouwen opgericht,
vanaf 1980 zal de socialistische politieke vrouwengroep verder gaan onder de naam
‘Socialistische Vrouwen’. De Kommunistische Partij heeft al sinds 1921 een
vrouwencommissie.
Abortus
Voor de vrouwenbeweging is abortus lang een belangrijk en controversiëel thema geweest.
De arrestatie van de Luikse dokter Peers in 1973 zorgt voor heel wat beroering en veel
manifestaties. Willy Peers wordt ervan beschuldigd honderden abortussen te hebben
uitgevoerd. Overal in het land worden betogingen voor zijn vrijlating en voor de legalisering
van abortus georganiseerd en worden er Peerscomités opgericht. Vrouwenorganisaties
voelen zich verplicht om hun standpunt duidelijk te maken. De socialistische vrouwen
pleiten voor legalisering terwijl de christelijke organisaties abortus veroordelen. Abortus
zal lang een heet hangijzer zijn. Op Vrouwendagen waar het op de agenda staat, blijven
christelijke organisaties weg. Het is pas in 1990 dat abortus in België uit het strafrecht
wordt gehaald. Toch wordt in 1973 een succes geboekt dat ongetwijfeld voortkomt uit de
vele betogingen: informatie verstrekken over anticonceptie is niet langer strafbaar.
1975: het UNO jaar van de vrouw
In dit jaar van de vrouw gaat er veel aandacht naar de thema’s van de vrouwenbeweging,
ook in de programma’s van de traditionele partijen. De voorbereidingen in België op de6
Vrouwenconferentie in Mexico (en het daaropvolgende decennium van de vrouw (1975-
1985)) laten echter te wensen over. Er worden enkele commissies opgericht, waarvan de
meeste een stille dood sterven. Er zijn het Nationaal comité ‘internationaal jaar van de
vrouw’, de werkgroep onderwijs ombudsdienst en de commissie voor ethische problemen.
De commissie vrouwenarbeid blijft bestaan, het is een blijvend adviesorgaan binnen het
ministerie van Arbeid en Tewerkstelling, opgericht op 2 december 1974. De opdracht van
de commissie luidt: ‘het verlenen van adviezen en het ondernemen van studies en het
voorstellen van wettelijke en reglementaire maatregelen met betrekking tot elke materie
die direct of indirect de vrouwenarbeid raakt’. De commissie vat haar werkzaamheden
aan in 1975 en is samengesteld uit vertegenwoordigers van de ministeries, van werknemers-en
werkgeversorganisaties en uit deskundigen. De consultatieve commissie voor de status
van de vrouw wordt pas opgericht na de wereldconferentie in Mexico, toch is het deze
commissie die erover moet waken dat de internationale richtlijnen voor de
vrouwenemancipatie in ons land toegepast worden.
Het persoonlijke is politiek: de tweede helft van de jaren zeventig
In de tweede helft van de jaren zeventig verandert de toon binnen de vrouwenbeweging.
Het besef groeit dat niet alleen wettelijke maatregelen nodig zijn, maar ook een
bewustzijnsverandering. In maart 1976 is er in Brussel het Internationaal Tribunaal over de
misdaden tegen de Vrouw. Op het Tribunaal worden getuigenissen van misbruikte vrouwen
gehoord. Verkrachting wordt een belangrijk thema voor de vrouwenbeweging. Specifieke
hulpverlening wordt opgericht, zoals vluchthuizen voor mishandelde vrouwen. Nadat in
Brussel eind 1977 een vluchthuis voor vrouwen opgericht werd, volgen in 1978 ook Gent,
Leuven en Antwerpen. De tweede lichting feministen van de tweede golf legt de nadruk
op het kleinschalige (het persoonlijke is politiek). Zelfbeschikking, ook op seksueel vlak, is
belangrijk. Binnen die context ontstaan ook groepen van lesbische vrouwen.
Vrouwenhuizen schieten als paddestoelen uit de grond in deze periode. Het eerste
vrouwenhuis ziet het daglicht in november 1974: het Antwerps Vrouwencentrum. Ook in
Brussel gaat er één open, voornamelijk Franstalig. De rest van de vrouwenhuizen wordt
in de tweede helft van de jaren zeventig opgericht. Het Antwerps Vrouwenhuis ontstaat
uit een praatgroep van huisvrouwen, die met een ruimtegebrek kampen. Andere
vrouwenhuizen ontstaan vanuit PAG (bijvoorbeeld in Brugge), fem-soc-groepen (Kortrijk)
of door het voorbeeld van andere vrouwenhuizen. In de vrouwenhuizen kunnen vrouwen
terecht voor opvang, directe hulpverlening, ontspanning en vorming. Om vorming te
kunnen geven is informatie nodig. Het besef groeit dat de informatie erg verspreid en
soms moeilijk toegankelijk is. Om aan die verzuchtingen tegemoet te komen wordt het
pluralistisch documentatiecentrum RoSa opgericht. Een deel van het cultureel centrum
van Vorst wordt beschikbaar gesteld en het ministerie van Nederlandse cultuur subsidieert.
Op 26 oktober 1978 wordt het documentatiecentrum geopend.
De lesbische beweging
De nadruk op het privé-leven en de seksualiteit die toegeschreven wordt aan de tweede
generatie feministes van einde jaren zeventig bleek ook een weerslag te hebben op de
zichtbaarheid van lesbische vrouwen. De eerste autonome lesbiennegroep Sappho wordt
in 1974 opgericht in Gent. Daarna volgen andere steden vanaf 1978. De relatie tussen de
lesbiennebeweging en de (autonome) vrouwenbeweging is complex. Van de
lesbiennegroepen die in de tweede helft van de jaren zeventig ontstonden, waren er zes
die opgericht werden binnen een vrouwenhuis en daarbinnen ook functioneerden.
Sommigen ontstonden autonoom maar konden een beroep doen op de infrastructuur
van de vrouwenhuizen. In een aantal van die vrouwenhuizen waren er conflicten tussen
lesbiennes en heterovrouwen, in de andere dan weer geen of weinig. Sommige
heterofeministes schrokken ervoor terug om geïdentificeerd te worden met die groep.Het was immers een veelgebruikte antifeministische retoriek om lesbiennes en feministes
op een hoop te gooien. Sommigen vreesden dan ook niet meer serieus genomen te
worden.
Ook de aanwezigheid van lesbiennes op de vrouwendag is niet constant geweest. Van
1978 tot 1983 was het overlegorgaan Cocolev (Coördinatie Comité Lesbische Vrouwen)
met een gemeenschappelijk standpunt op de vrouwendagen aanwezig. Het einde van die
overlegstructuur in 1981 betekende ook het einde van de manifeste aanwezigheid van die
groep vrouwen. In 1983 was er een opleving met een lesbische workshop op de
vrouwendag te Hasselt. De grote aanwezigheid van lesbiennes in het organiserende
Hasseltse Vrouwenhuis kan hiervoor een verklaring zijn.
Fem-soc groepen
In 1978 verschijnt Schoppenvrouw, het tijdschrift van de Fem-soc beweging. De Fem-soc
beweging is een verzameling van linkse vrouwengroepen die in 1977 samen rond tafel
zijn gaan zitten. Op de vrouwendag van dat jaar komen ze als een georganiseerde beweging
naar buiten. Leden zijn de dan nog altijd bestaande Dolle Mina uit Gent, ERA (Emancipatie
door Raad en Actie), Rode Marianne uit Hasselt, GROV (Groep Rode Vrouwen), de Linkse
Oostendse Vrouwen en de Linkse Vrouwen uit Brugge. Die alliantie leidt tot het ontstaan
van nog meer linkse vrouwengroepen, ondermeer in Kortrijk, Aalst, Sint-Niklaas, Leuven,
Lokeren. In 1988 wordt het blad Schoppenvrouw nieuw leven ingeblazen, zonder de link
met die beweging. In 1999 gaat het blad ter ziele wegens een gebrek aan middelen.
overzicht
Besluit
De tweede feministische golf is voor een groot deel te danken aan autonome groepen. Na
1980 begint een integratiefase: de autonomie wordt grotendeels opgegeven en de
vrouwenbeweging wordt geïntegreerd in grotere instellingen. Voorbeelden daarvan zijn
de vrouwenafdelingen van politieke partijen en vakbonden. Nochtans is veel te danken
aan de autonome organisaties uit het begin. In België is men relatief laat begonnen met
de institutionalisering van het gelijke kansenbeleid, in 1985 werd een staatssecretaris voor
maatschappelijke emancipatie opgenomen in de regering. In de jaren zeventig was er
binnen de politiek weinig interesse voor vrouwen. De autonome organisaties waren een
must om die wereld wakker te schudden.
overzicht
samenstelling Joyca Leplae
RoSa Factsheet nr 3 , september 2000.
illustratie: pamflet Dolle Mina uit De Standaard 9 mei 1971 (in de RoSa bibliotheek)
Meer
Aanraders uit de RoSa bibliotheek

- En de vrouwen? Vrouw, vrouwenbeweging en feminisme in België. 1830-1960. De Weerd Denise, 1980. (RoSa exemplaarnummer:FII m/0062 )
- Uit eigen beweging. Balans van de vrouwenbeweging in Vlaanderen, 1970-1978. Van Mechelen Renée, 1979.
(RoSa exemplaarnummer:FII a/0105 )
- Hoe dol was Dolle Mina? Katrien De Smit, 2006. (RoSa exemplaarnummer:FII m/0555)
- Dwars en loyaal : een getuigenis over veertig jaar engagement. Rita Mulier, 1999. (RoSa exemplaarnummer: S/0297 )
- Dames werden feministen . Annemie Vanthienen, 2003
-
Vrouwenhuizen in Vlaanderen: beschrijving en evaluatie.
Eindverhandeling Rijksuniversiteit Gent.Martine Bracke, Linda Mentens, 1980. (RoSa exemplaarnummer:FII a/0165 )
- Lesbiennegroepen in Vlaanderen tussen 1974 en 1994, Eindverhandeling Katholieke
Universiteit Leuven. Lies De Gendt, 1995 (RoSa exemplaarnummer: Aa/0263 )
- Emancipatiebeleid en Gelijke Kansen in de Europese Unie: van ‘gelijk loon voor
gelijk werk’ naar mainstreaming, Erik D'Haveloose. In: Uitgelezen, Jg.5, nr.2, tweede trimester 1999.
- Bronnen voor de geschiedenis van de vrouwenbeweging in België.
Repertorium van Archieven.1830-1993,Els Flour, Cathérine Jacques, 1993.
(RoSa exemplaarnummer:V3/0080 )
- GEYPEN Marit, Politiek en feminisme. In: Cherchez la femme, een wandeling door de geschiedenis van
de vrouw in Brussel, Documentatiecentrum Rol en Samenleving, Brussel, 1999.
- HONDEGHEM Annie, NELEN Sarah, Een beleid op weg. Situering van het gelijke-kansenbeleid in
België. In: Tijdschrift voor Genderstudies, jg. 3 nr.1, maart 2000.
Zoek verder in de RoSa catalogus
Gebruik het trefwoord tweede feministische golf . Grote namen en thema's kunnen ook als trefwoord ingevoerd worden.
Op deze site
het geheugen:
de abortusstrijd
Vrouwen tegen de crisis
strijd voor gelijk loon
eerste feministische golf
|