1973: Het wettelijk verbod op de verspreiding en de reclame voor
voorbehoedsmiddelen wordt opgeheven.
Het is vandaag de
dag haast niet te begrijpen, maar vrije toegang tot anticonceptie was in
Vlaanderen nog niet zo lang geleden geen evidentie. Voorbehoedsmiddelen bleven
tot de jaren 1960 een taboe onderwerp in het toen nog zeer katholieke
Vlaanderen. De katholieke Kerk veroordeelde ten strengste elke vorm van
anticonceptie. En ook de wetgever trok aan hetzelfde zeel. In 1922 al werd,
onder katholieke impuls een toevoeging aan artikel 383 van het strafwetboek
gestemd waarbij het verspreiden en reclame maken voor voorbehoedsmiddelen
wettelijk verboden werd.
Taboe
 brochure Dolle Mina, z.d.
Het hoeft dan ook
niet te verbazen dat de kennis over anticonceptie zeer beperkt was. Middelen
als het pessarium of het condoom waren weinig gekend en nog moeilijker te
verkrijgen. De meest gebruikte methode was periodieke onthouding op basis van
de temperatuurmethode. Een vorm van anticonceptie die door de katholieke kerk
gedoogd werd, maar uiteraard niet erg betrouwbaar was.
Tot halfweg de
jaren 1950 bleef dit zo. Langzaamaan kwam er toch, eerst vanuit de steden, een
kentering. In 1955 richtte de Belgische Vereniging voor seksuele voorlichting
(BVSV) twee medische consultatiebureaus op, in Gent en in Antwerpen. Vrouwen
konden er terecht voor informatie en voorbehoedsmiddelen. In de beginjaren
kenden zij maar matig succes.
Dit alles zou veranderen met de komst van de pil.
De anticonceptiepil kwam op de Vlaamse markt in 1961. Aanvankelijk vond ook de
pil moeilijk zijn weg naar de Vlaamse vrouw. Verspreiding en informatie waren
bij wet verboden en veel huisartsen weigerden om ideologische redenen de pil
voor te schrijven. Toch zagen steeds meer vrouwen in de pil een eenvoudige
manier om controle te krijgen over hun vruchtbaarheid en vonden zij langzaamaan
hun weg naar de medische consultatiebureaus. De vrouwenbewegingen doorbraken
het taboe en spraken openlijk over seksualiteit en anticonceptie. Een
traditionele vrouwenbeweging als de SVV (Socialistisch Vooruitziende Vrouwen)
pleitte in haar tijdschrift De Stem der
Vrouw al in 1961 voor het opschorten van de wettelijke beperkingen rond
anticonceptie.
Seksuele revolutie
 Dolle Mina, de telegraaf, feb1972
In de jaren 1960
raakte alles in een stroomversnelling: de seksuele revolutie bevrijdde de samenleving
van schaamte en schuld. Niet alleen anticonceptie maar ook abortus werd het
onderwerp van verhit publiek debat. Onder het motto ‘baas in eigen buik' eisten
vrouwenbewegingen het zelfbeschikkingsrecht van vrouwen op. Mediagenieke acties
van nieuwe vrouwenbewegingen als Dolle Mina en PAG hielden het thema in de
kijker. Langzaamaan werd de taboesfeer rond anticonceptie opgeheven. Een
verschuiving in de publieke opinie was voelbaar. De katholieke Kerk bleef
echter halsstarrig. In 1968 werd het katholieke standpunt nog eens duidelijk
verwoord in de encycliek Humanae Vitae: anticonceptie bleef in alle gevallen verboden.
Periodieke onthouding kon, maar enkel als dat ‘nodig' was. Dit standpunt stond
echter te ver van de heersende maatschappelijk consensus. Ook de katholieke
vrouwenorganisatie KAV nam afstand van het officieel kerkelijk standpunt en
stelde dat anticonceptie moest worden overgelaten aan ‘verantwoordelijkheid van
elk echtpaar'.
1973: opschorten van de wettelijke beperkingen
Stootten eerder
pogingen (in 1968 en 1971) nog op katholieke weerstand, in 1973 was iedereen,
ondermeer om de abortuskwestie te ontmijnen, er klaar voor: in juli 1973 werden
de wettelijke beperkingen op anticonceptie opgeschort. Anticonceptiva, met
uitzondering van condoom en pessarium, werden opgenomen in lijst van geneesmiddelen.
Informatie verspreiden over de middelen kon zonder gevaar voor vervolging.
Ondanks alles bleef
anticonceptie een moeilijk thema. De overheid maakte meteen een budget van 25
miljoen Belgische franken vrij voor een nationale voorlichtingscampagne over
anticonceptie. Ook SVV en KAV publiceerden in hun tijdschriften informatieve
artikelenreeksen over anticonceptie. Zij wisten een breed publiek te bereiken.
De artikelenreeks uit 1974 over ‘verantwoord ouderschap' in het tijdschrift Vrouw en Wereld van KAV zorgde binnen de
katholieke gemeenschap voor een nieuwe discussie. Een 'brave' katholieke
vrouwenorganisatie die openlijk informatie gaf over seksualiteit -los van de
voortplantingsfunctie- was op dat moment not done. KAV hield ondanks katholiek protest voet bij stuk: de
artikelenreeks werd zoals gepland gepubliceerd.

Jongere huisartsen hadden steeds
minder scrupules bij het voorschrijven van anticonceptie, informatiecampagnes
misten hun doel niet en geleidelijk aan werd anticonceptie makkelijker verkrijgbaar.
In de loop van de jaren 70 stapten Vlamingen dan ook massaal over op
betrouwbare anticonceptie, met de pil op kop. In 1976 gebruikte al een op drie
vrouwen de pil.
Aanraders uit de RoSa bibliotheek
 Vlaanderen Vrijt!: 50 jaar seks in Vlaanderen.
Wim Trommelmans, 2006. (RoSa-exemplaarnummer: Bm/0018)
Sexual chemistry : a history of the contraceptive pill.
Lara V. Marks, 2001. (RoSa-exemplaarnummer: Cm/0041)
' Een heldin? Ik? Bij lange niet': gynaecologe Erna Vercauteren schreef als eerste de pil voor.
-In: DE MORGEN
(18 12 2004)
|