|
In 1880 studeerde de eerste vrouw aan de Université Libre de
Bruxelles. Een jaar later volgde de Université de Liège haar voorbeeld, nog een
jaar later openden de deuren van de Universiteit van Gent zich voor vrouwen.
Deze pioniers zorgden voor een revolutionaire doorbraak: het principieel
aanvaarden van het recht op gelijke onderwijskansen voor mannen en vrouwen.
Toch bleven vrouwen aan de Belgische universiteiten witte raven. Het zou nog een hele tijd duren vooraleer de
universitaire poorten wagenwijd opengingen voor vrouwen. Aan de Katholieke
Universiteit van Leuven duurde het tot
1920 voor vrouwen zich mochten laten inschrijven.
Heersend vrouwbeeld
De burgerlijke cultuur van de negentiende eeuw vormde een
eerste grote hinderpaal. Het ideaalbeeld van de vrouw als zorgzame echtgenote
en toegewijde moeder overheerste. Tegenstanders vonden een opleiding voor
vrouwen dan ook niet geschikt voor de maatschappelijke taak die ze te vervullen
hadden. Vrouwen moesten vrouwen blijven, een opleiding mocht geenszins afbreuk
doen aan hun centrale taak als echtgenote en moeder. Vrouwen werden als
intellectueel minderwaardig beschouwd en bovendien had men schrik dat de
toegang van vrouwen tot de universiteiten tot zedenverwildering zou leiden. De
eerste vrouwelijke studenten werden dan ook zo ver mogelijk van hun mannelijke
collega's gehouden. De eerste rijen in de auditoria werden gereserveerd voor
jongedames, een gewoonte die tot begin jaren 1960 bleef bestaan.
Gebrekkige voorbereiding
Vooral de gebrekkige voorbereiding op het universitair
onderwijs speelde de vrouwen parten. Onderwijs voor meisjes werd als minder
belangrijk beschouwd. De eerste middelbare meisjesschool werd pas in 1864
opgericht door Isabelle Gatti de Gamond .
In 1876 stelde de nieuwe wet op hoger onderwijs dat een
getuigschrift van middelbaar onderwijs niet noodzakelijk was voor de toelating
tot de universiteit. Toch waren de meeste meisjes, zelfs uit de burgerlijke en
intellectuele elite, te weinig voorbereid.
Toekomstmogelijkheden
Naast de gebrekkige
voorbereiding was het verbod op het uitoefenen van een beroepsactiviteit de
belangrijkste rem op de toestroom van vrouwen aan de universiteiten. Bekende
voorbeelden zijn die van Marie Popelin die in 1888 afstudeerde als eerste
vrouwelijke juriste aan de ULB. Het Hof van Cassatie spreekt zich in 1889
echter uit tegen de eedaflegging van een vrouwelijke advocaat. Een gelijkaardig
lot is Isala van Diest beschoren. Zij behaalt in 1879 haar diploma van dokter
in de geneeskunde aan de universiteit van Bern nadat ze door de Leuvense
universiteit geweigerd werd. Pas in 1884 kan ze een praktijk als eerste
vrouwelijke arts openen. Om dit mogelijk te maken dient een speciaal Koninklijk
Besluit uitgevaardigd te worden.
In 1890 komt er een nieuwe doorbraak: vrouwen kregen
wettelijke toelating tot alle academische graden. Zij kregen ook de toelating
tot het uitoefenen van het beroep geneesheer en apotheker. Uit angst dat deze
liberalisering de kwaliteit van het onderwijs zou ondermijnen, werd het getuigschrift
van klassiek humaniora terug verplicht.
Voorrecht voor de elite
De eerste decennia na 1880 is er dan ook niet veel
verandering merkbaar. Pas na WOI beginnen de ideeën rond de maatschappelijke
positie van vrouwen langzaamaan te veranderen. Dit wordt weerspiegeld in nieuwe
hervormingen: de uitbreiding van het
middelbaar onderwijs voor meisjes en een versoepelde toegang tot de
universiteiten. Door de uitbreiding van het middelbaar onderwijs steeg de
behoefte aan vrouwelijke leerkrachten, wat op zijn beurt resulteerde in stijgende
inschrijvingen in de faculteiten Letteren en Wijsbegeerte en Wetenschappen.
Universitaire studies blijven echter een voorrecht voor de
burgerlijke elite. Het aantal vrouwen blijft beperkt en ook afgestudeerde
vrouwen bleven meestal bij de traditionele rol als echtgenote en moeder. Tot begin jaren 1960 overheerste, zeker in
Vlaanderen, de opvatting dat vrouwen geen studies moesten beginnen buiten de
verzorgende- of opvoedende sfeer. Pas in de loop van de jaren 1960 is er sprake
van een vlotte doorstroming van vrouwen aan de universiteiten. - pdf .
Aanraders uit de RoSa bibliotheek
UIA Vrouwenstudies, Vrouwen aan universiteiten :
verklaring van de achterstelling van het vrouwelijk personeel aan de Vlaamse
universiteiten. Brussel : Kabinet van de Staatssecretaris voor
Maatschappelijke Emancipatie, 1991. RoSa exemplaarnummer:DII 3d/0018
Marijke Verbeke, Jongens en meisjes samen in de klas :
coëducatie in België tijdens de 19de en de 20e eeuw.Gent : Centrum voor de
Studie van de Historische Pedagogiek, 1984. RoSa exemplaarnummer: DII 3a/003
Illustratie: Stap voor stap. Geschiedenis van
de vrouwenemancipatie in België. Keymolen Denise, Coenen Marie-Thérèse, 1991.: p. 20
(RoSa exemplaarnummer:FII m/0222 )
|