9, Rue de Beaujolais en le jardin du Palais-Royal
COLETTE
Vlakbij het Palais-Royal, in de rue de Beaujolais n°9, woonde jarenlang de beroemde Franse schrijfster Colette (1873-1954). Na vele omzwervingen in Parijs en daarbuiten, kocht Colette hier in 1938 een appartement op de 1ste verdieping, waar ze bleef wonen tot aan haar dood in 1954. Een reconstructie van dit appartement is te vinden in het Musée Colette in haar geboortedorp Saint-Sauveur-en-Puisaye in het landelijke Bourgondië: je kan er haar kamer bezoeken, met over haar bed een houten tafeltje waarop lavendelblauw briefpapier, vulpennen en andere geliefde voorwerpen van de schrijfster liggen.
Colette (eigenlijk Sidonie Gabrielle Colette) hield van deze kamer die uitgaf op de tuinen van het Palais-Royal. Deze strakke tuinen behoorden omstreeks de Franse Revolutie en in de 19 de eeuw tot de meest levendige plekken van Parijs; het was een ontmoetingsplaats waar gedronken, gespeeld en gedebatteerd werd.
Tegenwoordig is het ministerie van cultuur en de Franse raad van state in het paleis ondergebracht, maar je kan de tuin nog steeds bezoeken. Regelmatig worden hier openluchttentoonstellingen van beelden gehouden. Op de hoek van de galerie de Beaujolais met de passage du Perron herinnert een gedenkplaatje aan haar aanwezigheid hier.
Colette
Au bord de ce jardin
A passé
Ses dernières années
Aan de andere kant van het Palais-Royal kreeg ook een pleintje, dat zich uitstrekt vóór de Comédie Française, Colettes naam. Iets meer naar het westen, in de rue Royale n°3, ging Colette graag eten bij Maxim’s, een van de beroemdste restaurants van Parijs, dat nu wel wat van zijn charme heeft verloren (al blijft het art nouveau-interieur indrukwekkend, en de prijzen hoog). In 1954 kreeg de “dame du Palais-Royal”, zoals Colette werd genoemd, een nationale begrafenisplechtigheid op het voorplein van het Palais-Royal, een eer die vóór haar geen enkele vrouw in Frankrijk te beurt viel!
Colette verdiende die eer vooral met haar succesvolle schrijversloopbaan. Het duurde nochtans 23 jaar vóór ze haar werk – als eerste haar roman Le Blé en Herbe – met enkel haar eigen naam ondertekende: haar eerdere boeken werden gepubliceerd onder de naam van haar eerste man Willy en later gebruikte ze haar eigen naam samen met die van haar eerste en daarna haar tweede (Colette de Jouvenel) man. Als schrijfster was Colette ontzettend productief : ze schreef in totaal zo’n vijftig romans, die vaak autobiografische elementen bevatten (o.a. La Retraite Sentimentale, La Vagabonde), en dit alles in een wonderlijk sensuele stijl. Ook wanneer artritis haar tijdens de laatste jaren van haar leven verhinderde haar kamer nog te verlaten, bleef Colette schrijven (Trois… Six… Neuf , L’Etoile Vesper, Le Fanal bleu). Verschillende van haar romans werden bovendien met succes verfilmd en ze vertaalde ook zelf een aantal van haar werken naar de scène. Al tijdens haar leven kreeg Colette erkenning voor haar werk, met onder meer verschillende medailles van de Légion d’Honneur (van “chevalier” over “commandeur” tot “grand officier”), het lidmaatschap van de Académie royale de langue et de littérature françaises de Belgique en het voorzitterschap van de Académie Goncourt (ze was ook de eerste vrouw die tot deze instelling werd toegelaten).

Colette was in de eerste plaats schrijver, maar haar carrière was wel veel gevarieerder dan dat: ze werkte eveneens als actrice, danseres en pantomimiste, als journaliste (o.a. voor reportages aan het Front tijdens WOI), als eigenares van een schoonheidswinkeltje in de rue de Miromesnil n°6 (echter zonder veel succes), als theatercriticus en schrijfster van reclametekstjes en filmdialogen. Op de scène was ze niet preuts, en het is omwille van haar vaak “te blote” verschijningen – en ongetwijfeld ook omdat ze tijdens haar leven meerdere relaties had, zowel met mannen als met vrouwen – dat haar door de kerk een religieuze begrafenisplechtigheid werd geweigerd.
Net als vele andere groten der aarde kreeg Colette haar laatste rustplaats op het kerkhof van Père Lachaise.
Meer over Colette? Doorzoek RoSa's bib-catalogus op trefwoord COLETTE en ook op auteur COLETTE
Bronvermelding - Bovenstaande tekst werd gebaseerd op de volgende documentatie:
- L’Album-Masques / Colette . In: MASQUES nr.23 supplement (oktober 1984).
- Christine Bouchara, “Colette dans tous ses états”. In: LESBIA MAGAZINE nr.192 (april 2000), pp.25-27.
- Catherine Cullen, Virago woman’s guide to Paris. London : Virago Press, 1993. (RoSa exemplaarnummer V3/79)
- Allan Massie, Colette : the woman, the writer and the myth. Middlesex : Penguin Books, 1986. (RoSa exemplaarnummer T/0166)
- Marie-Claire Pasquier, « Place Colette ». In : Paris aux noms des femmes. Paris : Descartes & Cie, 2005, pp.23-26 (RoSa exemplaarnummer V3/420)
- Eve Ruggieri, Eve Ruggieri raconte... : quelques femmes remarquables... . Paris : Éditions Mengès, 1980. (RoSa exemplaarnummer T/0061)
- Henriette Zoughebi (dir.), Parcours de femmes à Paris et en Ile-de-France. Paris : Comité Régional du Tourisme Paris Ile-de France, 2005. (RoSa exemplaarnummer V3/0398)